Kinderen met:
Angsten, bijvoorbeeld faalangst
leer- en/of gedragsproblemen
Problemen in het gezin, bijvoorbeeld scheiding van ouders of overlijden van een gezinslid
pleeg- of adoptieproblemen

Kinderen die:

zich moeilijk kunnen uiten
vaak somber zijn
niet goed samen met andere kinderen kunnen spelen
hoogbegaafd zijn

Volwassenen met:
mensen die voor belangrijke keuzes staan
rouwproblematiek
(sexueel) geweld-ervaringen
èn voor ouders die ondersteuning willen bij de opvoeding